door Gon Mevis:

Met de verkiezingen in aantocht, neemt de behoefte om eens even afstand te nemen van het alledaagse eerder toe dan af. Daarbij vind ik inspiratie bij Prem. U kent hem wel, van Premdebatten, Premtime en nog meer, de Surinaams hindoestaans advocaat die in de journalistiek terecht is gekomen.

Hij sprak een bijeenkomst toe van wethouders van allerlei VNG commissies, waaronder die van Sociale Zaken, waar ik lid van ben. Zijn betoog was ongeveer dit:
Waar ik ook kom in het land, overal kom ik gescheld, onvrede, ongenoegen en kritiek tegen op ‘de politiek’ en het bestuur. Veel mensen zijn steeds ongeneerder boos op alles en iedereen. En niemand moet het méér ontgelden dan de gezagsdragers in het openbare bestuur. En dat is volkomen onterecht. Aldus nog steeds Prem in een vrije vertaling. En hij vervolgt: het welvaartsniveau in Nederland was nooit hoger. Jan Modaal heeft gemiddeld 2,5 auto’s voor de deur, een flatscreen, per gezin 3 computers en 5 mobiele telefoons. We zijn lid van fitnessclubs, iedereen tennist of golft, drie vakanties per jaar zijn de norm, waarvan toch zeker wel twee per vliegtuig naar zon of sneeuw. Dat is allemaal te danken aan decennialange groei en stabiliteit. En toch spat de ontevredenheid ons om de oren. En wat doen Nederlandse bestuurders? Ze beloven voortaan beter naar de burgers te zullen luisteren. Trekken zich de kritiek aan alsof ze het laatste restje ellende in deze samenleving ook nog kunnen oplossen. Alsof ze verantwoordelijk zijn voor de kiespijn van de rondberende bovenbuurman en de stankoverlast van die 5 auto’s van de wederzijdse buren.
En Prem koppelt daaraan een luid te berde gebracht advies: Pik het niet meer, ga er niet in mee. Als u tijdens de komende campagnes voor 7 maart door ontevreden burgers wordt belaagd: Kruip niet door het stof, beloof geen beterschap, maar kaats terug die bal! Richt u bovendien niet op de ontevredenheid uitende 10% van de bevolking, maar op de 90% waarmee het gewoon goed gaat.

Een prikkelende gedachte van Prem, die de broodnodige relativering aanbrengt waar ik me wel in kan vinden. Dat is ook waarom ik niet tegen zuurpruimen kan, tegen mensen die de samenleving vandaag de dag liever zouden inruilen voor de jaren ’50, die louter ‘de jeugd van tegenwoordig’ zien afzakken in ledigheid en criminaliteit. Ik kan daar niks mee, met die doemverhalen. Maar Prem’s gedachte prikkelt me ook in het zoeken naar een draagvlak voor groen en tolerant beleid. Want als je opkomt voor collectieve waarden als behoud van het milieu, leefbaarheid, een schone lucht, dan zul je de grenzeloze aanvoer en benutting van luxe consumptiegoederen aan de orde moeten stellen. Ook al wordt dat niet door iedereen in dank afgenomen. ‘Luisteren naar wat de burger wil’ is niet het recept voor toekomstgericht beleid, in dit opzicht. Hetzelfde gaat op voor solidariteit tussen rijk en arm. Als we een tweedeling in de samenleving willen voorkomen, moet je kansen bieden, banen, een menswaardige uitkering, voor mensen aan de onderkant van de samenleving. En een beroep doen op de welvarende meerderheid. Het is onwaarschijnlijk dat GroenLinks met zo’n boodschap een massaal electoraat aan zich zal weten te binden.  Maar het is ook precies datgene wat GroenLinks zo’n interessante politieke beweging maakt. We zijn er niet voor de zuurpruimen. Maar we zijn er ook niet op uit het de brede middengroep makkelijk te maken.

Interessant, die verbinding tussen optimisme, groen en tolerantie. Bedenk daarom dat je in campagnetijd beter de vrolijk neuriënde buurtbewoner even kunt aanspreken dan de klagende beroepsactivist. Dat is trouwens ook beter voor je eigen humeur.